Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 5

Toeslag medebewoner

Onderdeel van TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND

1.. Voor de belanghebbende in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een eerstegraads bloedverwant of aanverwant en niet zijnde een ander waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, wordt de norm genoemd in artikel 20 eerste lid onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b van de wet verhoogd met 20 procent van de gezinsnorm, wanneer de door belanghebbende te betalen woonlasten meer bedragen dan 18 procent van de gezinsnorm; 2.. Voor de belanghebbende in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een eerstegraads bloedverwant of aanverwant en niet zijnde een ander waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, wordt de norm genoemd in artikel 20 eerste lid onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b van de wet verhoogd met 10 procent van de gezinsnorm, wanneer de door belanghebbende te betalen woonlasten minder bedragen dan 18 procent van de gezinsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel