Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
De collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 22 onder a kan bestaan uit een vervoerspas waarmee gebruik kan worden gemaakt van het collectief systeem van vervoer.
Bij de toepassing van lid 1 wordt van de persoon als daar genoemd binnen het vastgestelde zoneringsgebied een betaling gevraagd op basis van het door contractpartners vast te stellen vervoerstarief.
Hoofdstuk
Artikel 23.
Het recht op een algemene voorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2009