• - Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek:
    • - het gebruik van het openbaar vervoer of
    • - het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
  • - De collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 22 onder a kan bestaan uit een vervoerspas waarmee gebruik kan worden gemaakt van het collectief systeem van vervoer.
  • - Bij de toepassing van lid 1 wordt van de persoon als daar genoemd binnen het vastgestelde zoneringsgebied een betaling gevraagd op basis van het door contractpartners vast te stellen vervoerstarief.