De raad bespreekt in een besloten vergadering het schriftelijke en vertrouwelijke verslag en de conceptaanbeveling van de commissie.
De raad zendt een aanbeveling ten minste vier maanden voor de eerste dag van de maand waarin de herbenoeming dient in te gaan, aan de minister, door tussenkomst van de commissaris. De raad verstrekt bij zijn aanbeveling het verslag van de commissie, het verslag van de beraadslagingen van de raadsvergadering waarin de aanbeveling is vastgesteld, evenals overige voor de beoordeling van de aanbeveling relevante informatie. De raad verstrekt de burgemeester afschriften van voornoemde stukken.
De aanbeveling van de raad is openbaar. Ten aanzien van de stukken die door de commissie aan de raad worden gezonden, de beraadslagingen daarover in de raad en van de stukken die door de raad aan de minister worden gezonden, geldt een geheimhoudingsplicht.
Na ontvangst van de aanbeveling zendt de commissaris deze zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen één maand door naar de minister vergezeld van zijn advies daarover. Tevens rapporteert de commissaris over zijn bevindingen met betrekking tot de inhoud en het verloop van de procedure. Daarbij gaat hij in op zijn overleg met de raad en op het gesprek dat hij met de burgemeester heeft gehad, indien de aanbeveling daartoe aanleiding geeft.