Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 8.

Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Onderdeel van Marktreglement Waalwijk 2011

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan: de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst; degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel 9. Overschrijving vaste standplaatsvergunning In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid, of het bereiken van de leeftijd van 57 jaar van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste standplaats worden overgeschreven op de (achterblijvende) echtgeno(o)t(e), de geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, zijn (achterblijvende) handelingsbekwame kind dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder, nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld of na het bereiken van de leeftijd van 57 jaar. Voor de overschrijving van een vergunning komt als eerste in aanmerking de echtgeno(o)t(e), de geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, vervolgens een (achterblijvend) handelingsbekwaam kind dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger en tot slot een mede-eigenaar of medewerker. Bij overschrijving op grond van het tweede lid van dit artikel vervalt de door de oorspronkelijke vergunninghouder opgebouwde anciënniteit. Artikel 10. Toewijzing dagplaats De toewijzing van een dagplaats geschiedt door de marktmeester op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf uiterlijk 1 uur vóór aanvang van de markt aanmelden bij de marktmeester. Artikel 11. Toewijzing standwerkerplaats De marktmeester wijst een standwerkerplaats toe door middel van loting. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Degene aan wie een standwerkerplaats is toegewezen mag uitsluitend één artikel voeren dat door hem bij de loting is opgegeven. Degene aan wie een standwerkerplaats is toegewezen is verplicht de hem toegewezen plaats persoonlijk te bezetten. Hij mag deze niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Er worden in de food-sector geen standwerkersplaatsen uitgegeven. HOOFDSTUK 3. BEPALINGEN OVER HET GEBRUIK VAN DE STANDPLAATS Artikel 12. Persoonlijk innemen standplaats: bijstand De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Inname van de standplaats door de echtgeno(o)t(e) of de geregistreerde partner van de vergunninghouder wordt beschouwd als persoonlijke inname van de standplaats door de vergunninghouder zelf. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel mag de vergunninghouder zich gedurende het gehele jaar laten vervangen. Vervanging kan slechts geschieden door 1 persoon en onder de voorwaarden dat geen aanspraak kan worden gemaakt op anciënniteitrechten en dat de standplaats op alle marktdagen van het jaar wordt ingenomen. Deze persoon dient schriftelijk aan het college van Waalwijk bekend gemaakt te worden. Artikel 13. Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in. Dit met inachtneming van artikel 14 en 15 van dit reglement. Artikel 14. Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste plaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel 15. Ontheffing In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van zijn verplichtingen uit artikel 12 lid 1 en artikel 13 van dit reglement. Artikel 16. Legitimatie en identiteit vergunninghouder Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op de eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. Artikel 17. Tijdstip innemen en verlaten standplaats/ aan- en afvoer goederen Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en meer dat een uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Het plaatsen en het verwijderen van een verkoopwagen kan slechts plaatsvinden op de wijze en het tijdstip waarop de situatie op de markt dit toelaat, zulks ter beoordeling van de marktmeester. Artikel 18. Inrichting van de standplaats Op alle vaste standplaatsen is het, mits inpasbaar, toegestaan eigen materiaal te gebruiken. Onder eigen materiaal wordt verstaan een verkoopwagen dan wel een marcavan. Het te gebruiken eigen materiaal dient te voldoen aan de navolgende eisen: a.de afmetingen van het eigen materiaal mogen niet groter zijn dan de oppervlakte van de standplaats; de hoogte van een verkoopklep mag niet minder bedragen dan 2.10 m; dissels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen mogen in de verkoopopstelling niet uitsteken buiten de toegewezen standplaats; aan of onder het onder het vorige punt omschreven gedeelte van de voorklep dat uitsteekt buiten de standplaats mogen geen ondoorzichtige zeilen of andere materialen worden bevestigd en mag geen koopwaar worden opgehangen of uitgestald; verticale hulpmiddelen die ten behoeve van de voorklep geplaatst moeten worden in het looppad moeten voorzien zijn van een deugdelijke en goed zichtbare markering. Artikel 19. Uiterlijk aanzien standplaats Tijdens de markt draagt de standplaatshouder zorg voor een goed verzorgd aanzien van zijn standplaats. De standplaatshouder is verplicht zijn afval, emballage en dergelijke, zelf in te zamelen/mee naar huis te nemen. De standplaatshouder is verplicht zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon achter te laten. HOOFDSTUK 4. BEPALINGEN AANGAANDE DE ORDE OP DE MARKT Artikel 20. Voortbrengen van geluid Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein geluid voort te brengen door middel van zang, geluidsproducerende apparatuur of anderszins. Het college kan van het in lid 1 genoemde verbod ontheffing verlenen onder door haar te stellen voorwaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel