Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 5.1

Collectief vervoer.

Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2012

Met inachtneming van hetgeen hiertoe in artikel 24 onder a en artikel 26 van de verordening is bepaald wordt aan personen met een beperking die in aanmerking komen een vervoersvoorziening collectief vervoer geboden. Artikel 5.2 Eigen bijdrage Voor het gebruik van het collectief vervoer is met ingang van 1 april 2012 een eigen bijdrage verschuldigd van € 0,60 per zone verhoogd met een gelijk bedrag als opstaptarief. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de tariefstijgingen van het collectief vervoer voor Wmo geindiceerden. Artikel 5.3 Aantal zones Het collectief vervoer in de regio geldt voor een afstand van maximaal 5 zones van het openbaar vervoer. Voor vervoer buiten dit gebied wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt. Artikel 5.4 Individueel vervoer Voor lokaal vervoer kan een inwoner in aanmerking komen voor een scootmobiel. De scootmobiel kan in bruikleen worden verstrekt of er kan een persoonsgebonden budget verstrekt waarmee de aanvrager zelf een scootmobiel kan aanschaffen. Artikel 5.5 Persoonsgebonden Budget Het persoonsgebonden budget voor scootmobielen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar voor de toekenning van de voorziening. Artikel 5.6 Inkomensgrens tegemoetkoming aanschaf auto Voor de verstrekking van een auto of vergoeding voor de aanschaf van een auto zoals genoemd in artikel 27 van de Verordening gelden inkomensgrenzen. Als bovengrens wordt uitgegaan van de 1,5 keer de bijstandsnormen zoals vastgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitgegaan wordt van de bijstandsnormen die op datum aanvraag gelden. Boven deze inkomens wordt geen voorziening verstrekt. Artikel 5.7 Inkomensgrens tegemoetkoming Vervoerskosten eigen auto en bruikleenauto. De in artikel 5.6 genoemde inkomensgrenzen zijn ook van toepassing op vergoeding of tegemoetkoming voor de samenhangende gebruiks- en/of onderhoudskosten van een auto of vergelijkbaar vervoermiddel. Artikel 5.8 Hoogte van de tegemoetkoming vervoerskosten a: Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 46,25 (125 kilometer per maand x € 0,37 per kilometer.) b: Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt € 150,-- forfaitair of het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt € 300,-- op declaratiebasis. c: Het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 230,-- forfaitair of het bedrag dat per maand verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 460,-- op declaratiebasis. d: voor declaratie komen in aanmerking het aantal kilometers dat overeenkomt met maximaal 5 zones openbaar vervoer waarbij één zone geldt als instapzone. De instapzone komt niet aanmerking voor vergoeding. De gemiddelde lengte van een zone is 4,5 km. Per zone geldt een vergoeding van 2,-. Artikel 5.9 Leeftijdsgrens verstrekking fiets met trapondersteuning Een fiets met trapondersteuning wordt alleen verstrekt aan personen jonger dan 18 jaar. Voor personen ouder dan 18 jaar geldt de fiets met trapondersteuning als algemeen gebruikelijk en komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel