De budgethouder is, voor de onderdelen waarvoor hij verantwoordelijk is, verplicht tussentijds te rapporteren aan het college omtrent de voortgang van de beleidsuitvoering en de inzet van de tot de budgetten behorende middelen, zulks in overeenstemming met de in de planning- en control-richtlijnen aangegeven frequentie en methodiek.