Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Terneuzen 2011

1.. De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van een commissie indien zij niet meer voldoen aan het gestelde in artikel 4, eerste, tweede en vierde lid. 3.. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de betrokken fractie. 4.. De raad kan de voorzitter ontslaan. 5.. Een lid of de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 4 en 5. 7.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel