Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
Dit verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 3.
houtopstand die dood is.
De omgevingsvergunning kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Houtopstand mag niet geveld worden in het broedseizoen (15 maart t/m15 juli), tenzij de houtopstand moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of dat de houtopstand een direct gevaar vormt voor de directe leefomgeving.
Artikel 2
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstand
Onderdeel van Bomenverordening gemeente Zwijndrecht 2011