Het college wijst naast de in artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen, de aanvraag tot subsidieverlening af als blijkt dat:
de subsidieaanvrager is begonnen met de uitvoering van de activiteit, waarvoor subsidie is aangevraagd, voordat de beschikking tot subsidieverlening is afgegeven;
het subsidieplafond als omschreven in artikel 4 bereikt is;
er al eerder een beschikking tot subsidieverlening is afgegeven op basis van deze of een eerdere verordening, waarbij het maximum aan subsidie van die activiteit al is bereikt of waarbij het maximumsubsidiebedrag per woning al is verleend.
Hoofdstuk III
Artikel 11
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening Duurzaam Bouwen Lelystad 2011-2013