**1..** De norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 20 procent van de gezinsnorm voor de belanghebbende in wiens woning geen andere meerderjarige zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De norm, genoemd in artikel 20 eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 10 procent van de gezinsnorm voor de belanghebbende die met één of meer anderen, niet zijnde een eerstegraads bloedverwant of –aanverwant en niet zijnde een ander waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**3..** Een kind van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet wordt niet aangemerkt als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
**4..** De norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 10 procent van de gezinsnorm voor de belanghebbende die geen woonruimte bewoont.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Arnhem