Naar hoofdinhoud

Artikel 4

– Hoogte van de toeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2010

De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden: 40 % van de voor hen geldende bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 aanhef en sub c van de wet; voor alleenstaande ouders: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 aanhef en sub b van de wet, verhoogd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de wet; voor alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 aanhef en sub a van de wet, verhoogd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de wet; De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt berekend naar de bijstandsnorm per 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum is gelegen. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op de langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. III. Slotbepalingen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel