(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet)
De ambtenaar besluit namens het college van burgemeester en wethouders over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet.
Blijkt aan de ambtenaar dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de ambtenaar er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) binnen een zo kort mogelijke periode worden gevoerd.
De ambtenaar draagt er zorg voor:
dat de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd;
dat de vastgelegde afspraken in het leerling-dossier worden opgenomen;
dat degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard tijdig over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd.
De ambtenaar draagt er zorg voor:
dat het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere wordt uitgelegd; en
dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen.
De ambtenaar informeert de Arbeidsinspectie over de toestemming voor vervangende leerplicht die op grond van artikel 3b is verleend.
Artikel 8.
Vervangende leerplicht
Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar van de gemeente Aa en Hunze