Naar hoofdinhoud
Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen, indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal in geval van een burgerinitiatief dus over het voorstel beraadslagen en vervolgens (eventueel gewijzigd) toe- of afwijzen. Van een geldig verzoek is sprake als (a) het verzoek door ten minste 30 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund indien het een groep jeugdigen betreft die op de dag van indienen van het burgerinitiatiefvoorstel de leeftijd hebben van 16 tot en met 20 jaar; 50 initiatiefgerechtigden betreft die een voorstel indienen dat één van de kernen betreft en 75 initiatiefgerechtigden indien het een voorstel voor de gehele gemeente betreft; (b) het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd en (c) aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is. Over het vereiste dat het verzoek door ten minste 30 – 75 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund kan het volgende worden opgemerkt. Het burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de agenda van de gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking wordt gedragen. De hoogte van de benodigde steun is zo gekozen dat – zonder verhinderend te zijn – toch een zekere garantie wordt geboden dat het desbetreffende verzoek gedragen wordt door een gedeelte van de bevolking. Ter wille van de duidelijkheid wordt hier niet gesproken over een percentage, maar van een absoluut minimum aantal initiatiefgerechtigden die het verzoek moeten ondersteunen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel