**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het
parkeren;
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het
verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de
centrale parkeerapparatuur;
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald
op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7.
Termijnen van betaling
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2012