Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen gemeente Maassluis 2012
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 november 2011.
De griffier, De voorzitter,
mr R. van der Hoek drs. J.A. KarssenToelichting Verordening houdende regels met betrekking tot de verlening van categoriale bijzondere bijstand ten behoeve van de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen gemeente Maassluis 2012Algemeen
Op 1 januari 2012 worden de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren samengevoegd. Daartoe is de WWB op een aantal onderdelen aangepast. Een van de aanpassingen betreft een verordeningplicht voor gemeenteraden met betrekking tot het verlenen van categoriale bijzondere bijstand voor de kosten in verband met maatschappelijke participatie van ten laste komende kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen (conform artikel 35, vijfde lid, van de WWB).
De Tweede Kamer heeft de regering in een motie gevraagd om gemeenten die onvoldoende bijdragen aan het streven om het aantal kinderen uit arme gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële redenen, met de helft terug te dringen, financieel af te rekenen door een korting op de algemene uitkering van het gemeentefonds. Bij de uitvoering van deze motie heeft de regering gekozen voor een uitwerking die recht doet aan het uiteindelijk doel van de motie, namelijk het steviger stimuleren van gemeenten om daadwerkelijk werk te maken het aantal kinderen uit arme gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële redenen terug te dringen. Daartoe voorziet de wet in een verordeningplicht voor gemeenteraden ten aanzien van artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand
De gemeenteraden zijn gehouden om in ieder geval in de verordening invulling te geven aan het begrip maatschappelijke participatie. Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt - met de eveneens in de wet opgenomen inkomensnormering - alleen verstrekt aan mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst.
De gemeenteraad van Maassluis heeft in het armoedebeleid vastgesteld, waarin een aantal maatregelen genomen die sociale uitsluiting van kinderen uit arme gezinnen moeten voorkomen dan wel tegengaan, zodat deze gezinnen een beter toekomstperspectief krijgen. Gemeenten worden verplicht om in een verordening op te nemen welke voorzieningen worden getroffen om de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen (tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm) te bevorderen.
Artikelsgewijs
Artikel 1 - Begripsomschrijving
Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepaling in de Wet werk en bijstand.
Artikel 2 - Doelstelling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 3 - Voorzieningen
Dit artikel regelt de specifieke voorzieningen die het college in het armoedebeleid opneemt ten behoeve van het stimuleren van de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen uit gezinnen met een laag inkomen.
Artikel 4 - Beleidsregels
Het college regelt in het armoedebeleid onder welke voorwaarden recht bestaat op de voorzieningen als bedoeld in artikel 3 van deze verordening. Deze voorwaarden gaan onder andere over de wijze waarop de voorziening wordt toegekend en de hoogte en duur van de voorziening. Aan een voorziening kunnen nadere verplichtingen worden verbonden, zoals bijvoorbeeld de verplichting om de voorziening te gebruiken voor het doel waarvoor het is bestemd.
Artikel 5 - Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 6 - Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.