Een verbod kan worden opgelegd indien er sprake is of kan zijn van:
oneerlijke concurrentie ten opzichte van niet gemeentelijke werkgevers/-nemers;
gebruikmaking van voorkennis;
oneigenlijke gebruikmaking van gemeentelijke faciliteiten;
vermenging van persoonlijke en gemeentebelangen.
Een verbod kan in elk geval worden opgelegd indien de nevenwerkzaamheden betrekking hebben op hetzelfde of overeenkomstig werkterrein als waarop de ambtenaar werkzaam is, dan wel op een gebied dat zeer nauw verband houdt met het beleidsterrein van de afdeling waar de betrokken ambtenaar werkzaam is.
De gemeente verstrekt geen opdrachten aan externe bureaus, waarvan bekend is, danwel het vermoeden bestaat dat gemeente-ambtenaren hierin op enigerlei wijze participeren. De opdrachtgever zelf zal hierop worden afgerekend.