Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van ALGEMENE plaatselijke verordening 2010

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 4.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Rijkswegenreglement van toepassing is. 5.. In afwijking van art. 2:12 lid 1 is geen omgevingsvergunning vereist voor het maken van een uitweg bij nieuwbouw, mits de uitweg wordt aangelegd overeenkomstig de door het college vastgestelde voor dat gebied geldende inrittenkaart.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel