**1..** De burgemeester kan een inrichting gesloten verklaren indien de
inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning.
**2..** De burgemeester kan de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde
tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen:
indien blijkt, dat de vergunning tengevolge van onjuiste
of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend;
indien de exploitant of de beheerder de bepalingen in
deze paragraaf, danwel de voorschriften, behorende bij
de vergunning, overtreedt;
indien aannemelijk is, dat de exploitant of beheerder
betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting,
die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een
bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
omgeving van de inrichting;
indien de exploitant of beheerder strafbare feiten
pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat
in zijn inrichting strafbare feiten worden
gepleegd;
indien de exploitant of beheerder zich schuldig maakt
aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele
geaardheid;
indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten
hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het
geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor
de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon-
of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie,
waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;
indien op grond van verandering van de omstandigheden of
inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning,
moet worden aangenomen, dat intrekking wordt gevorderd
door de belangen ter bescherming waarvan de vergunning
is vereist;
indien de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in
artikel 2:28A gestelde eisen.
Hoofdstuk
Artikel 2:28D
Sluiten van inrichtingen
Onderdeel van ALGEMENE plaatselijke verordening 2010