Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2:28D

Sluiten van inrichtingen

Onderdeel van ALGEMENE plaatselijke verordening 2010

1.. De burgemeester kan een inrichting gesloten verklaren indien de inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning. 2.. De burgemeester kan de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen: indien blijkt, dat de vergunning tengevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend; indien de exploitant of de beheerder de bepalingen in deze paragraaf, danwel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt; indien aannemelijk is, dat de exploitant of beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; indien de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; indien de exploitant of beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen, dat intrekking wordt gevorderd door de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; indien de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:28A gestelde eisen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel