De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste
of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een
situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40F, eerste
lid, onder f;
indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning
verbonden voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een
periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.