Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

1. Het zevende te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles in het kader van het leven van alledag binnen de directe woon- en leefomgeving. 2. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand in het kader van het leven van alledag binnen de directe woon- en leefomgeving. 3. Voor zover de ondersteuningsvrager gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van hem kan leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. 5. Algemeen gebruikelijk vervoerIndien het inkomen van een ondersteuningsvrager meer bedraagt dan 120% van de geldende uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht. Derhalve wordt bij deze inkomensgrens een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruik- en onderhoudskosten als ook de kosten voor lokaal (openbaar) vervoer niet als individuele voorziening verstrekt of vergoed.Het hier genoemde percentage van 120% wordt op basis van het B&W-besluit van 7 februari 2012 vooralsnog niet toegepast i.v.m. uitspraken van de CRvB over de toepassing van inkomens- en vermogensgrenzen. Dit percentage blijft 150%. 6. Collectief vraagafhankelijk vervoer (Regiotaxi)Indien het inkomen van een ondersteuningsvrager meer bedraagt dan 120% van de geldende uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), wordt geacht dat hij de kosten van het gebruik van een collectief vervoerssysteem (Regiotaxi) zelf kan dragen.Het bepaalde in dit lid wordt op basis van het B&W-besluit van 7 februari 2012 vooralsnog niet toegepast i.v.m. uitspraken van de CRvB over de toepassing van inkomens- en vermogensgrenzen. 7. Omvang in kilometers en zonesDe te verstrekken vervoersvoorziening compenseert het gebrek aan maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen met een omvang van maximaal 2000 kilometer per jaar. Bij het collectief vraagafhankelijk vervoer is dit maximaal 900 zones per jaar. Indien de individuele omstandigheden bij de ondersteuningsvrager uitwijzen dat een grotere vervoersbehoefte realistisch en nodig is, is uitbreiding van de omvang mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel