Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Beperkingen compensatieplicht

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

1. Een individuele Wmo-voorziening wordt pas dan toegekend zodra blijkt dat een aanwezige voorliggende, algemeen gebruikelijke en/of algemene Wmo-voorziening niet of niet voldoende de ondervonden beperkingen compenseert en/of een algemene Wmo-voorziening niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar is voor de ondersteuningsvrager. 2. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen. Uitzondering hierop is de voorziening hulp bij het huishouden die in bepaalde gevallen voor een kortdurende periode geïndiceerd kan worden; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst-compenserende voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op de ondersteuningsvrager is gericht. 3. Géén voorziening wordt toegekend: voor zover bij of krachtens enige andere wettelijke regeling aanspraak bestaat op de gevraagde voorziening of op een voorliggende voorziening waarmee kan worden voorzien in een oplossing voor de ondersteuningsvraag; indien de voorziening algemeen gebruikelijk is dan wel voor een persoon als de ondersteuningsvrager algemeen gebruikelijk is; indien de ondersteuningsvrager niet woonachtig is in de gemeente Aalten; indien de ondersteuningsvrager zelf een alternatief kan (laten) regelen of geacht wordt dat te doen omdat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de ondersteuningsvrager behoort om een alternatief voor de beperking(en) te vinden; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de ondersteuningsvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de ondersteuningsvrager voorafgaand aan het moment van melden en/of aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst-compenserend aan te merken valt; indien deze als gevolg van de beperkingen van de aanvrager voor de aanvrager zelf of voor derden onveilig is of gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de ondersteuningsvrager zijn toe te rekenen, of tenzij de ondersteuningsvrager geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.

Rechtspraak bij dit artikel