Naar hoofdinhoud

Artikel 1,

begrippenkader

Onderdeel van Financieringsstatuut 2011

In dit statuut wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlieland; derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; financieringsfunctie het beheersen van de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's, het afleggen van verantwoording over dat beheer het houden van toezicht daarover; financieren het aantrekken en uitzetten van financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen en kunnen een looptijd hebben van zowel korter als langer dan één jaar ; financieringsparagraaf de financieringsparagraaf geeft in de begroting de beleidsplannen voor de financieringsfunctie aan voor de komende jaren, terwijl in het jaarverslag een verschillen analyse wordt gegeven tussen deze plannen en het gerealiseerde beleid; geldstromenbeheer al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te verplaatsen zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); intern liquiditeitsrisico de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; kasgeldlimiet een bedrag ter grote van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar, welk bedrag op grond van de Wet Fido het maximum vormt van de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal; koersrisico het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; kredietrisico de risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet, of niet tijdig nakomen van een betalingsverplichting door een tegenpartij; liquiditeitenbeheer het aantrekken en uitzetten van financiële middelen voor een periode tot één jaar; liquiditeitenplanning een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid; rating de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; renterisico het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; renterisiconorm een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij het begin van het jaar,welk bedrag op grond van de Wet Fido het maximum vormt van het renterisico op de vaste schuld; rentetypische looptijd het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding; rentevisie toekomstverwachting over de renteontwikkeling; solvabiliteitsratio van 0% status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend; uitzetten het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Rechtspraak bij dit artikel