Op het algemeen uitgangspunt dat de intrekking van een vergunning en de bestuursrechtelijke dwangsom effectieve en efficiënte handhavingsinstrumenten zijn behoeft hier geen uitzondering te worden gemaakt. Deze genieten dan ook de voorkeur bij de handhaving, in geval van het overtreden van vergunningvoorschriften waaraan geen einde kan worden gemaakt door waarschuwend optreden van controle-ambtenaren respectievelijk het onrechtmatig hebben van een uitstalling. De hoogte van het alsdan op te leggen bedrag ware daarbij te relateren aan de tarieven die in rekening worden gebracht voor het gebruik van de vergunning. Als uitgangspunt ware te nemen dat de dwangsom dan maximaal 200 % bedraagt van dit tarief. In uitzonderingsgevallen kan dit evenwel wezenlijk meer bedragen.
Teneinde recht te doen aan het evenredigheidsbeginsel ware het handhavingsoptreden te baseren op een catalogus waarin voormelde sancties ander zijn uitgewerkt en nadrukkelijk gerelateerd worden aan de ernst van de overtreding.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.4
Handhaving
Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte