Naar hoofdinhoud
1.. De stadsbouwmeester adviseert schriftelijk, per plan afzonderlijk. Het advies is gemotiveerd en omvat: een korte omschrijving van het ingediende plan; een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria, opgestelde nadere eisen, dan wel randvoorwaarden; een samenvatting van de beoordeling van het plan op genoemde punten. 2.. De uitkomst van het advies kan zijn: akkoord; niet-akkoord; aanhouden en vooralsnog niet akkoord; De stadsbouwmeester kan het advies aanhouden - waarbij door de ambtelijke ondersteuning wordt aangegeven of en hoelang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningtermijn - wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper of enig adviesorgaan nodig is; akkoord onder voorwaarden bij een advies betreffende plannen die in vooroverleg worden behandeld.akkoord; akkoord onder voorwaarden bij een advies betreffende plannen die in vooroverleg worden behandeld. 3.. De stadsbouwmeester kan, ingeval van een positief advies, de aanvrager attenderen op zaken die het plan op een (nog) hoger niveau kunnen tillen. Deze suggesties staan los van het (welstands-)advies zelf. 4.. Zodra het advies is uitgebracht, wordt door of namens burgemeester en wethouders: het advies gevoegd bij de aanvraag en bij de beoordeling betrokken; een afschrift van het advies verzonden aan de aanvrager. 5.. Bij het vooroverleg, als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid letter b, kan maximaal drie keer een wijziging van het (bouw-) plan aan de commissie worden voorgelegd. 6.. Een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid letter b moet worden gedaan via een door of namens burgemeester en wethouders opgesteld aanvraagformulier inclusief de in het aanvraagformulier vereiste bescheiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel