**1..** Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze naar de mening van het college in voldoende mate van een direct aanwijsbaar belang voor de gemeente en haar inwoners zijn, en die door het college als subsidiabel worden aangemerkt.
**2..** Niet subsidiabel zijn die activiteiten die tot doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of partijpolitieke aard.
**3..** Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan. Een uitzondering op dit uitgangspunt wordt gemaakt voor de verlening van waarderingssubsidies.
**4..** Ten aanzien van subsidies van zowel structurele als incidentele aard worden jaarlijks door het college, aansluitend aan de vaststelling van de begroting, per functie / product subsidieplafonds vastgesteld. Aanvragen om een incidentele subsidie geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.
**5..** Artikel 4:24 van de wet is niet van toepassing.