De ouder kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie voor het thuiswonende kind, voorzover het college van oordeel is dat:
er sprake is van een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking van wie is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang van het kind noodzakelijk maakt, of;
dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is en de ouder aantoonbaar niet zelf in de kinderopvang kan voorzien en geen beroep kan doen op een andere passende voorziening.