Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks, vóór 1 juni, een verslag op voor de gemeenteraad over de wijze waarop zij met het monumentenbeleid zijn omgegaan. In de rapportage komt ten minste aan de orde: op welke wijze burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de in het verslag van de commissie aangegeven (evaluatie van) monumentenadviezen zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder d. In gevallen waarin burgemeester en wethouders het advies van de commissie niet hebben overgenomen wordt de reden om af te wijken gemotiveerd onderbouwd. op welke wijze is omgegaan met de openbaarheid van vergaderen; de werkwijze en het functioneren van de commissie. 2.. Door of namens burgemeester en wethouders wordt gedurende het verslagjaar een logboek bijgehouden waarin de onder lid 1 bedoelde onderwerpen worden aangetekend. 3.. Burgemeester en wethouders baseren hunrapportage op het jaarverslag van de commissie als bedoeld in artikel 4.1, het logboek als bedoeld in het voorgaande lid en het evaluatiegesprek als bedoeld in artikel 2.6 lid 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel