Naar hoofdinhoud

Artikel 7.1

Mogelijkheden ten aanzien van de huidige locaties

Onderdeel van Beleidsnota prostitutiebeleid

Bij het voeren van toekomstig prostitutiebeleid dient het belang van een goed woon- en leefklimaat voorop te staan. Alhoewel de huidige prostitutie-inrichtingen in zijn algemeenheid tot op heden niet of nauwelijks tot overlast hebben geleid, hebben deze inrichtingen in zijn algemeenheid een negatief uitstralingseffect op de woonomgeving. Uitgangspunt dient dan ook te zijn dat vestiging in een woonbuurt niet gewenst is. Van de huidige 13 prostitutiebedrijven is er een zestal waarvan kan worden gesteld dat deze gelegen zijn in een specifieke woonbuurt, dan wel structurele handhaving om andere redenen niet wenselijk wordt geacht. In het kader van het ten aanzien van de op “ongewenste” locaties gelegen inrichtingen te formuleren beleid kunnen drie opties aanwezig worden geacht: a. verplaatsing. Hoewel verplaatsing mogelijk is, is dit uit juridisch, praktisch en financieel (nadeelscompensatie) oogpunt gezien niet aan te bevelen. In dit kader speelt mede dat het aantal prostitutie-inrichtingen in Kerkrade - gerelateerd aan zowel de regio Parkstad Limburg als Zuid-Limburg - zeer hoog is. Door verplaatsing wordt bovendien geen recht gedaan aan de met de wetswijziging onder meer voorgestane sanering van de branche. b. legaliseren. Aan legalisering van prostitutie-inrichting kan gestalte worden gegeven middels verstrekking van een APV-vergunning en aanpassing van de bestemmingsplanregeling, hetzij middels een zogeheten paraplu- dan wel postzegelplan. Dit impliceert dat alsdan alle vestigingen, ook de prostitutie-inrichtingen die in woongebieden zijn gesitueerd, voor de toekomst vastliggen, hetgeen niet wenselijk is. c. handhaven in combinatie met een uitsterfconstructie. Handhaving (tijdelijk met vergunning) in combinatie met uitsterfconstructie is de meest voor de hand liggende oplossing. Alhoewel ook deze optie bij omwonenden weerstand kan oproepen omdat zij zich voor niet nader aan te geven periode geconfronteerd zien met continuering van de prostitutie-activiteiten - met legale status -, heeft deze optie als voordeel dat bedoelde activiteiten op de betreffende locatie zullen eindigen op het moment dat de zittende ondernemer de bedrijfsvoering staakt. In het beleid wordt bepaald dat bedrijfsovername niet aan de orde is: alleen de huidige exploitant mag blijven exploiteren, niemand anders.

Rechtspraak bij dit artikel