In de praktijk blijkt veelal dat dit soort inrichtingen niet of nauwelijks overlast veroorzaken. Desondanks zijn er argumenten te noemen, zowel vanuit de openbare orde optiek als zorg, waarom dit soort bedrijven aan een vergunning verbonden worden. Om de eerder in deze nota onder 6.2.1.1.1 en 6.2.1.1.2 omschreven argumenten geldt een nulbeleid voor prostitutie in de vorm van raamprostitutie en seksclubs en wordt daarvoor geen vergunning verleend.
Zoals reeds eerder in deze nota onder 6.2.1.1.4 is aangegeven vormt bedrijfsmatige thuisprostitutie qua definitie van het begrip prostitutiebedrijf onderdeel daarvan. Mede gelet op het - als gevolg van sanering - op voorkoming van een vlucht van prostituees naar bijv. kamerverhuurbedrijven gericht beleid, wordt ook voor deze vorm van prostitutie een vergunningplicht ingesteld. Daarbij wordt aangetekend dat, gezien het in deze nota vervat maximumstelsel van 7 prostitutiebedrijven, eerst tot vergunningverlening voor deze vorm van prostitutie kan worden overgegaan op het moment dat het aantal prostitutiebedrijven minder bedraagt dan het vastgesteld maximum.
Artikel 8.1.1
Prostitutiebedrijven (bordelen, erotische massagesalons en bedrijfsmatige thuisprostitutie)
Onderdeel van Beleidsnota prostitutiebeleid