Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15

Overgangs- en slotbepalingen

Onderdeel van Algemene Nadeelcompensatieverordening gemeente Almelo

Deze verordening kan worden aangehaald als " Algemene Nadeelcompensatieverordening gemeente Almelo ". De ‘Procedureregeling Bereikbaarheidsschadevergoeding Almelo Verdiept 2006’, vastgesteld op 5 juli 2006 (registratienummer 2006/9114), wordt ingetrokken, gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 december 2011. De griffier, de voorzitter, Drs. C.M. Steenbergen J.H.M. Hermans - Vloedbeld Toelichting Algemene nadeelcompensatieverordening gemeente ALMELO Algemene toelichting Inleiding De gemeente Almelo is zich ervan bewust dat bij bepaalde besluiten of handelingen in Almelo voor derden financieel nadeel kan ontstaan dat redelijkerwijs niet of niet geheel te hunner laste dient te blijven. De schade die op deze wijze wordt geleden ten gevolge van besluiten of handelingen van de gemeente zal door de gemeente naar billijkheid worden vergoed, tenminste voor zover niet op een andere wijze in vergoeding van schade is voorzien. In 2006 heeft de gemeente Almelo specifiek een regeling opgesteld met procedureregels die betrekking hebben op mogelijke (onevenredige) schade als gevolg van verminderde bereikbaarheid ten gevolge van de bouwwerkzaamheden van het project Almelo Verdiept. De verzoeken om nadeelcompensatie (bereikbaarheidsschade) als gevolg van verminderde bereikbaarheid zijn afgehandeld. Met de inwerkingtreding van onderhavige algemene nadeelcompensatieverordening gemeente Almelo wordt de specifieke ‘Procedureverordening Bereikbaarheidsschadevergoeding Almelo Verdiept 2006’, vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders op 5 juli 2006 (registratienummer 2006/9114) ingetrokken. Uit het rapport ‘nadeelcompensatie en ondernemersrisico op de schop’ van september 2010 geeft de gemeentelijke ombudsman aan dat nadeelcompensatieverzoeken in opkomst zijn en dat gemeenten steeds vaker met nadeelcompensatie worden geconfronteerd. Voor ondernemers en de gemeente is het van belang dat er een laagdrempelige en eenduidige regeling komt voor de gehele gemeente. Op deze wijze wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor ondernemers bevorderd. Een afwijzing van een nadeelcompensatieclaim kan de ondernemer dan in een bestuursrechtelijke procedure ter discussie stellen. De gemeentelijke ombudsman komt dan ook met de aanbeveling tot het vaststellen van een gemeentebrede nadeelcompensatieverordening. Met het vaststellen van deze nadeelcompensatieregeling wordt beoogd een regeling in het leven te roepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke richtlijnen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de getroffene behoort te blijven, zal worden vergoed. De raad beoogt met het vaststellen van deze nadeelcompensatieverordening geen aansprakelijkheden in het leven te roepen die naar de huidige stand van het recht niet bestaan. Grondslag voor nadeelcompensatie Onder nadeelcompensatie wordt verstaan “een niet op een specifieke bepaling van een wet in formele zin berustende vergoeding, in geld of anderszins, waarin van overheidswege wordt voorzien en welke ertoe strekt, dat het tengevolge van enig rechtmatig overheidshandelen geleden, of nog te lijden nadeel, geheel of gedeeltelijk ten laste van een ander dan de benadeelde komt”. De grondslag van nadeelcompensatie wordt gevonden in de Algemene wet bestuursrecht in twee met elkaar samenhangende rechtsnormen. De eerste houdt in dat overheidsbesluiten en handelingen dienen te berusten op een (rechtmatige) belangenafweging (artikel 3:4, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht). De tweede norm houdt in, dat de belangen van een of meer betrokkenen niet onevenredig geschaad mogen worden (artikel 3:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht). Het niet aanbieden van nadeelcompensatie voor onevenredig  zware schade lijdt tot een handeling of een besluit in strijd met de norm welke in artikel 3:4 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht besloten ligt. In de literatuur en in de jurisprudentie is de gedachte ontwikkeld dat een vergoeding behoort te worden aangeboden indien en voor zover een burger onevenredig zwaar wordt getroffen in vergelijking met andere burgers die in een vergelijkbare positie verkeren. Deze gedachte is ontleend aan de jurisprudentie omtrent het beginsel van de “égalité devant les charges publiques”. Wanneer deze égalité gekrenkt wordt, is het resultaat een onevenredig zware belasting van de getroffen burgers. Daarbij moet het gaan om schade die een individu of een bepaalde groep van individuen speciaal treft. De voor het beginsel voorgeschreven gelijke behandeling van de rechtsgenoten wordt verstoord wanneer de schade bij een persoon of enkele personen, dan wel bij een kleine groep van personen terechtkomt, terwijl anderen in een min of meer gelijke positie niet worden getroffen, althans niet meer of anders dan in overeenstemming is met hetgeen voortvloeit uit voorzienbare ontwikkelingen en/of maatregelen. Alleen in gevallen waarin de benadeling afwijkt van hetgeen normaal is, bestaat er reden voor schadevergoeding. Een maatschappij is een geheel van met elkaar samenlevende individuele personen en groepen van personen. Individuele rechthebbenden kunnen en mogen daarom niet de gerechtvaardigde verwachting koesteren dat de eigen belangen nimmer zullen worden gekrenkt ten faveure van andere belangen. Dit geldt speciaal als het algemeen belang moet worden behartigd. In elke samenleving brengt het met elkaar leven ook mee dat men er rekening mee moet houden dat de overheid te eniger tijd maatregelen neemt die zij in het algemeen belang acht, maar die een krenking inhouden van het eigen, persoonlijke belang van een of meer bepaalde individuele ingezetenen. Dit betekent dat een ieder die investeringen doet in zaken, welke ten gevolge van overheidsmaatregelen kunnen worden benadeeld, minder bruikbaar of zelfs onbruikbaar worden, een “normaal maatschappelijk risico” loopt op het intreden van schadelijke gevolgen. Men wordt geacht deze mogelijke overheidsmaatregelen en de daardoor veroorzaakte schade in zijn investeringsbeslissingen te verdisconteren, hetgeen betekent dat men bij het doen van deze investeringen geacht wordt deze schade als gevolg van eventuele overheidsmaatregelen te aanvaarden. Realiseert deze schade zich dan dient deze schade redelijkerwijs ten laste van gelaedeerde te blijven, tenzij er redenen zijn om haar voor rekening van de overheid te brengen. In het handboek juridische kwaliteitszorg is in paragraaf 9.7 de leidraad nadeelcompensatie opgenomen. Deze zal worden aangepast waarbij tevens wordt ingegaan op de interne werkwijze betreffende de behandeling van ingediende claims. Een hoofdrol daarin is weggelegd voor de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Milieu aangezien het overgrote deel van aanvragen voortvloeien uit infrastructurele projecten. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de wetgever in de (nabije) toekomst een wettelijke nadeelcompensatieregeling in het leven zal roepen. Het voorontwerp Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is te raadplegen op www.justitie.nl Reikwijdte van de regeling Alleen nadeel, dat niet kan worden gerekend tot het normaal maatschappelijk risico, komt voor compensatie in aanmerking. In algemene zin kan niet worden aangegeven in welke gevallen en in hoeverre nadeel tot dit normaal maatschappelijk risico dient te worden gerekend. Bij de beoordeling van elk verzoek dient de deskundigencommissie die in dezen adviseert, na te gaan in hoeverre de benadeelde onevenredig zwaar is getroffen in vergelijking met anderen, die in een vergelijkbare positie verkeren. Alleen dat meerdere, het onevenredige nadeel, komt op grond van de onderhavige verordening voor compensatie in aanmerking. Uit jurisprudentie van de Raad van State blijkt dat het opnemen van een vast percentage van bijvoorbeeld 75% voor de maximale vergoeding van het nadeel niet acceptabel is omdat het op die wijze onmogelijk wordt om in bijzondere situaties die daarvoor eventueel wel in aanmerking zouden kunnen komen een hogere vergoeding toe te kennen. Wel wordt in de toelichting bij de verordening (algemeen en artikelsgewijs) aandacht besteed aan het normaal maatschappelijk risico en de jurisprudentie in dit opzicht. Bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre het billijk is, dat nadeel geleden ten gevolge van de uitvoering van het project, door de gemeente wordt gecompenseerd, zal de adviescommissie tevens nagaan of er aan de zijde van de benadeelde sprake is geweest van zogenaamde actieve of passieve risicoaanvaarding. Van actieve risicoaanvaarding is sprake wanneer de benadeelde de nadeeltoebrengende omstandigheden heeft of had kunnen voorzien. Wanneer de benadeelde zich desondanks in een bepaalde situatie begeeft, bijvoorbeeld bij het nemen van een beslissing over vestiging op een bepaalde locatie of het doen van bepaalde investeringen, heeft deze het risico van mogelijk nadeel op de koop toe genomen. Van passieve risicoaanvaarding wordt gesproken wanneer de benadeelde is tekortgeschoten in de zorg voor diens eigen belang. Van dit zogenaamde “riskant stilzitten” kan sprake zijn wanneer de benadeelde heeft nagelaten binnen de grenzen van wat redelijk is, die maatregelen te treffen die het nadeel kunnen voorkomen of beperken. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel