1. De Commissie heeft tot taak:
het geven van advies omtrent bezwaarschriften en administratieve beroepschriften, zoals bedoeld in artikel 1:5 Awb, waarop een bestuursorgaan een beslissing moet nemen;
het adviseren ten aanzien van geschillen die door enig bestuursorgaan aan de Commissie worden voorgelegd;
het adviseren over een met een bezwaar- of beroepschrift ingediend verzoek om kostenvergoeding zoals bedoeld in artikel 7:15 Awb respectievelijk artikel 7:18 Awb.
2. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter, onderscheidenlijk de Kamervoorzitter:
artikel 2:1, lid 2;
artikel 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn;
artikel 6:17, voor zover het verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de Commissie;
artikel 7:4, lid 2;
artikel 7:6, lid 4;
artikel 7:18, lid 2;
artikel 7:20, lid 4.
De Commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:
een wettelijk voorschrift inzake waarderingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken;
de artikelen 3, 3a, 3b, 5, 5a, 15 en 19 van de Leerplichtwet 1969;
de Huisvestingsverordening Holland Rijnland;
de taken en bevoegdheden welke zijn overgedragen aan de Milieudienst West-Holland, zoals omschreven in de gemeenschappelijke regeling Milieudienst West-Holland, en
artikel 222 van de Gemeentewet;
personele aangelegenheden.