Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2012

Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater en de in het kader van het gemeentelijk rioleringsplan geplaatste individuele behandeleenheden afvalwater (IBA’s) begrepen; onder afvalwater verstaan huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak. a. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Als roerende zaak wordt aangemerkt: een object, niet zijnde onroerend, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een gedeelte van een onder a bedoeld object dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer onder a bedoelde objecten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

Rechtspraak bij dit artikel