Naar hoofdinhoud

Artikel 55b:

directe wettelijke saneringsplicht voor eigenaren en erfpachters van bedrijfsterreinen

Onderdeel van Beleidsregel inzet bevelsinstrumentarium Wet bodembescherming

Op 1 januari 2006 is aan de wet artikel 55b toegevoegd. Op grond van dit artikel is de eigenaar of erfpachter van een bedrijfsterrein waar een geval van ernstige verontreiniging is ontstaan, verplicht de bodem te saneren indien in een beschikking op grond van art. 37 Wbb is vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is. Sanering kan worden afgedwongen door middel van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Het opleggen van een bevel is voor deze gevallen niet meer mogelijk. In lid 2 van art. 55b is geregeld dat het saneringsbevel niet van toepassing is op gevallen die onder de saneringsplicht vallen. Een onderzoeksbevel blijft wel mogelijk. Tegenover deze saneringsplicht staat de mogelijkheid voor de eigenaar of erfpachter om subsidie te verkrijgen. Dit is geregeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering. In deze beleidsregel blijven de subsidiemogelijkheden verder buiten beschouwing. In artikel 55a is bepaald wat onder een bedrijfsterrein wordt verstaan. Dit is een perceel in de zin van de Kadasterwet waarop bedrijfsactiviteiten worden verricht door een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting of de Wet op de Vennootschapsbelasting, met uitsluiting van bedrijven behorend tot de Landbouwsector als bedoeld in EG-regelgeving. De wijze waarop we de Wbb handhaven is beschreven in de beleidsnota “Handhaven met beleid’, vastgesteld door het college van B&W van Groningen op 8 februari 2005 en in werking getreden op 1 juni 2005.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel