Indien de belanghebbende de verplichting als bedoeld in artikel 44 van de wet niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te verstrekken, en deze schending van de inlichtingenverplichting heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werk-leeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening legt het college een maatregel op.
Bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 lid 1 van deze verordening wordt een maatregel opgelegd in de vorm van een verlaging van 10% van het bruto benadelingbedrag, met dien verstande dat zij op tenminste € 50,00 wordt vastgesteld.
De maatregel wegens schending van de verplichting als bedoeld in artikel 44 van de wet wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake een strafvervolging heeft ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
Indien het Openbaar Ministerie besluit niet over te gaan tot vervolging, wordt alsnog een individueel te bepalen maatregel opgelegd, waarbij de zwaarte wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van deze verordening.
HOOFDSTUK 2
Artikel 8
Schending inlichtingenverplichting
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren