De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente
gebruik maken van een dienstauto met of zonder chauffeur.
Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel
mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto.
De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder
ook worden gebruikt voor het reizen tussen de woning en de
plaats van tewerkstelling en voor reizen ten behoeve van
nevenfuncties die de wethouder vervult uit hoofde van zijn
ambt.
Indien de wethouder op grond van artikel 15 een
tegemoetkoming ontvangt in de reiskosten tussen de woning en
de plaats van tewerkstelling wordt een korting op die
tegemoetkoming toegepast ter grootte van
1/20 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
elke dag waarop zowel van de woning naar de plaats van
tewerkstelling als omgekeerd van de plaats van
tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de
dienstauto;
1/40 deel van de tegemoetkoming in de betreffende maand voor
elke dag waarop alleen hetzij van de woning naar de plaats
van tewerkstelling hetzij omgekeerd van de plaats van
tewerkstelling naar de woning gebruik is gemaakt van de
dienstauto;
Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van in het
tweede lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de
gemeentelijke dienstauto en daarvoor van een derde ook een
vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die vergoeding in
de gemeentelijke kas gestort.
Hoofdstuk III
Artikel 17
Dienstauto
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads-, burger- en commissieleden 2012