Naar hoofdinhoud
De aanbieder stelt de uitvoeringsmethode in overleg met het college vast. Hierbij kan het college bepalen dat - ter voorkoming van schaden of als de openbare veiligheid in het geding komt - het gebruik van mechanische werktuigen voor het ontgraven van (gedeelten van) sleuven niet is toegestaan. Open noch gesloten wegverhardingen zullen mogen worden ondergraven. Bij het verrichten van ontgravingen voor het aanbrengen van een mantelbuis alsmede voor het latere herstel of onderhoud, zal, indien hiervoor de ruimte aanwezig is, de weg tot op een afstand van 1 meter uit de wegverharding onaangetast blijven. De grondopslag zal in overleg met de bevoegde ambtenaar worden geregeld, tenzij anders overeengekomen. De te ontgraven sleuf moet zodanig breed zijn dat met mechanische verdichtingsapparatuur verdicht kan worden, tenzij in overleg een andere methode is vastgesteld. Teelaarde, zand, funderingsmateriaal en overige bouwstoffen moeten elk gescheiden worden ontgraven. De uitkomende materialen moeten worden afgedekt tegen neerslag. Bij het aanvullen van sleuven moeten de grondsoorten worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen en hoedanigheid. Ter plaatse van open wegverhardingen moet minimaal de bovenste 0,1 meter uit straatzand bestaan. Het toe te passen straatzand moet voldoen aan de Standaard RAW-bepalingen. Bij verhardingen van gebakken materialen en/of natuursteen moet minimaal de bovenste 0,1 meter uit brekerzand bestaan. Het toe te passen brekerzand moet voldoen aan de Standaard RAW-bepalingen. De dikte van de teelaarde en zandlagen moet gelijk zijn aan de oorspronkelijke laagdikten. Teelaarde mag niet mechanisch worden verdicht. De werkzaamheden moeten bij voorkeur worden uitgevoerd in een droge sleuf. Indien voor het onttrekken van grondwater een vergunning of melding is vereist, dan zorgt het aanbieder hiervoor. De aanbieder draagt de kosten voor het verkrijgen hiervan en het voldoen aan de bepalingen ervan. Lozing van bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel is in overleg mogelijk. Het college zal hiervoor geen kosten in rekening brengen. Bij rijbanen, parkeervakken en fietspaden en alle overige voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke verhardingen moet de aanvulling te allen tijde met zand (kwaliteit cunetzand volgens de Standaard RAW-bepalingen) geschieden. Alle aanvullingen moeten in lagen van maximaal 0,30 meter worden verdicht. De verdichting moet zodanig zijn dat de indringweerstand niet meer dan 2,5% afwijkt van die van de omringende grond. De controle van de verdichting tijdens de uitvoering mag gebeuren door een hand sondeerapparaat, mits de conuswaarde wordt gerelateerd aan een voor de te verdichten sleufaanvulling representatief proefvlak. Incidenteel kan een fundering met milieutechnische randvoorwaarden voorkomen. Indien zogenaamde IBC-bouwstoffen zijn toegepast, dient verstoring van de isolering te worden voorkomen. Uitkomende IBC-bouwstof moet op dezelfde plaats worden teruggebracht, dan wel worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

Rechtspraak bij dit artikel