Naar hoofdinhoud
Aan de in paragraaf 5.1 van de Telecommunicatiewet opgenomen gedoogplicht komt een einde wanneer de aangelegde kabels gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. In dat geval is de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk verplicht op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rustte de kabels op te ruimen.

Rechtspraak bij dit artikel