Naar hoofdinhoud

AFDELING 1

Artikel 1.4

Geen compensatie

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012 gemeente Arnhem

Er bestaat geen recht op een individuele voorziening, indien: de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is. de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Arnhem. de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd. de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij: het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven; of het college de noodzaak, compenserendheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds eerder in het kader van een wettelijke regeling of bepaling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan of niet meer gebruikt kan worden als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen. op grond van enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat. belanghebbende de beperkingen die hij ondervindt kan opheffen of verminderen door het anders organiseren van het dagelijks leven waaronder het huishouden, eventueel met behulp van huisgenoten of anderen uit zijn sociale omgeving. belanghebbende ter compensatie van zijn beperkingen gebruik kan maken van een collectieve voorziening of een algemene voorziening die passend en toereikend is. deze als gevolg van de beperking van de belanghebbende voor zichzelf of voor derden onveilig is, gezondheidsrisico’s met zich mee brengt of niet bevorderlijk is voor de gezondheid, of het functioneren van belanghebbende. een voorziening noodzakelijk is doordat belanghebbende een eerder verstrekt persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming heeft besteed op een wijze die niet voldeed aan de eisen die aan de verstrekking waren verbonden. belanghebbende geen of onvoldoende medewerking heeft verleend om de noodzaak van een voorziening te kunnen vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel