Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012 gemeente Arnhem

2.4.1 Voorwaarden Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 en artikel 6a van de wet zijn de volgende voorwaarden van toepassing: Een persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, wordt alleen verstekt ten aanzien van individuele voorzieningen. De omvang van het persoonsgebonden budget voor een voorziening zoals bedoeld in hoofdstuk 4, 5 en 6 van deze verordening, wordt afgeleid van de tegenwaarde van de in de desbetreffende situatie te verstrekken voorziening in natura; de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, zonodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten, vastgelegd in het Besluit en de beleidsregels. De omvang van het persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, voor een voorziening zoals bedoeld in hoofdstuk 3, dient toereikend te zijn en wordt in het Besluit nader uitgewerkt. De wijze waarop het persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, wordt vastgesteld, wordt door het college vastgelegd in het Besluit. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet heeft niet de mogelijkheid te kiezen voor een persoongebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld in artikel 6 van de Wet. Daarvan is in ieder geval sprake als: de belanghebbende is geïndiceerd voor het collectief vraagafhankelijk vervoer of het solovervoer zoals bedoeld in artikel 5.2 en artikel 5.4; er gegronde redenen zijn om aan te nemen, dat de persoon zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en deze hulp niet beschikbaar is. 2.4.2 De aan te schaffen voorziening Nadat de gelden voor een persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een voorziening op de girorekening of bankrekening zijn overgemaakt, dient de budgethouder aan een aantal voorschriften te voldoen, die in het Besluit nader zijn uitgewerkt. 2.4.3 Hulp bij het huishouden Na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, voor hulp bij het huishouden van toepassing is, dient de budgethouder aan een aantal voorschriften te voldoen, die in het Besluit nader zijn uitgewerkt. 2.4.4 Terugvordering Na ontvangst van de bescheiden, genoemd in het Besluit en voortvloeiend uit artikel 2.4.2 en 2.4.3, beoordeelt het college of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, geheel of ten dele terug te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel