Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: Monument: alle zaken en objecten die op grond van artikel 4 van de Monumentenverordening 1997 bij besluit van het college zijn aangewezen als gemeentelijk monument; Klein monument: een monument, geen gebouw zijnde, zoals veldkruizen, gedenkstenen en zitbanken; Groot monument: een monument, een gebouw of groep van gebouwen zijnde; Monumentale boom: een boom welke is aangewezen als monument; Monumentale boomgroep: een boomgroep welke is aangewezen als monument; Eigenaar: de eigenaar van een monument, waaronder mede wordt verstaan: 1 degene die het recht van erfpacht heeft; de houder van het recht van opstal; de eigenaar van het appartementsrecht; degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht op gebruik van een woning is verleend; een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract. Restaureren: het treffen van voorzieningen tot opheffing van gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de monumentale waarde van het monument; Monumentenvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 10, lid 2, van de Monumentenverordening 1997. De vergunning heeft onder meer betrekking op het gebruiken, herstellen en wijzigen van een monument. Kosten voor het treffen van voorzieningen: de aanneemsom; de risicoverrekening van de loon- en materiaalprijsstijgingen; de kosten van de werkzaamheden van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; de leges van de aanvraag van een monumentenverordening; de verschuldigde omzetbelasting, voor zover deze niet kan worden verrekend; de kosten van een bouwhistorische opname, gericht op de restauratie; de kosten van het opstellen van een onderhoudsplan; een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5 % van de aanneemsom; Subsidiabele restauratiekosten: het gedeelte van de kosten voor het treffen van voorzieningen dat wordt bepaald volgens de op de datum van ontvangst van de subsidie-aanvraag geldende "Leidraad Subsidiabele Kosten" van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en dat naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de onderdelen van een monument, die monumentale waarde bezitten, op sobere en doelmatige wijze te herstellen of te conserveren; Onderhoudsplan: een door het college goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden en kosten, die gedurende 10 jaar nodig worden geacht om het kwaliteitsniveau van het monument dat met de restauratie zal worden bereikt, te handhaven; Verlenen van subsidie: het besluit van het college dat aan de eigenaar van een monument een aanspraak op een subsidie in de kosten voor het treffen van voorzieningen verschaft; Vaststellen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel