**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
tweede twee maanden later.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,- maar minder is
€ 2.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische
betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in
negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine
afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt
één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later;
**3..** In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de marge
(meer dan € 75,- maar minder dan € 2.000,-) van lid 2 vallen en die door
een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dezelfde termijnen
afgeschreven zoals in lid één;
**4..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2012 gemeente Amstelveen 1ste aanpassing