Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. of
ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken
indien voor het verkrijgen daarvan verstrekte gegevens zodanig
onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere
beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de
juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan het gestelde in
het “Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet” en aan de
in artikel 7. gestelde eisen;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
in de vergunning genoemde leidinggevende of onmiddellijk
leidinggevende niet meer als zodanig werkzaam is;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken indien een in de vergunning genoemde onmiddellijk
leidinggevende een functie buiten de inrichting vervult;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
niet in de vergunning vermeld persoon leidinggevende of
onmiddellijk leidinggevende is geworden;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. wordt
ingetrokken indien zich ten aanzien van de inrichting feiten
hebben voorgedaan, die naar oordeel van de burgemeester de vrees
wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou
kunnen opleveren voor de leef- en/of woonsituatie;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken indien zich naar het oordeel van de burgemeester ten
aanzien daarvan feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen
dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou kunnen
opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid
en/of de leef- en/of woonsituatie;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt
ingetrokken met inachtneming van het gestelde in artikel 4:8 van
de Awb, indien de leidinggevende, in de in artikel 11. bedoelde
situatie, niet voor het in exploitatie nemen van de gewijzigde
of het gewijzigde onderdeel van de inrichting een verzoek als
bedoeld in dat artikel heeft gedaan;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als
bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken indien niet
langer wordt voldaan aan de in deze verordening gestelde
verboden, beperkingen of voorschriften of de in de vergunning of
ontheffing gestelde beperkingen of voorschriften;
Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als
bedoeld in artikel 6., lid 2. kan worden ingetrokken in het
geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 7. van de
Wet Bibob.
Paragraaf IV.
Artikel 12.
Intrekken van een vergunning/ontheffing
Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen