Naar hoofdinhoud

Paragraaf IV.

Artikel 12.

Intrekken van een vergunning/ontheffing

Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen

Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2. of ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken indien voor het verkrijgen daarvan verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan het gestelde in het “Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet” en aan de in artikel 7. gestelde eisen; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een in de vergunning genoemde leidinggevende of onmiddellijk leidinggevende niet meer als zodanig werkzaam is; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken indien een in de vergunning genoemde onmiddellijk leidinggevende een functie buiten de inrichting vervult; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een niet in de vergunning vermeld persoon leidinggevende of onmiddellijk leidinggevende is geworden; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. wordt ingetrokken indien zich ten aanzien van de inrichting feiten hebben voorgedaan, die naar oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou kunnen opleveren voor de leef- en/of woonsituatie; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken indien zich naar het oordeel van de burgemeester ten aanzien daarvan feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou kunnen opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid en/of de leef- en/of woonsituatie; Een vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 2. wordt ingetrokken met inachtneming van het gestelde in artikel 4:8 van de Awb, indien de leidinggevende, in de in artikel 11. bedoelde situatie, niet voor het in exploitatie nemen van de gewijzigde of het gewijzigde onderdeel van de inrichting een verzoek als bedoeld in dat artikel heeft gedaan; Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. wordt ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de in deze verordening gestelde verboden, beperkingen of voorschriften of de in de vergunning of ontheffing gestelde beperkingen of voorschriften; Een vergunning als bedoeld in artikel 4. of een ontheffing als bedoeld in artikel 6., lid 2. kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 7. van de Wet Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel