Het overlijden van de vergunninghouder heeft ten aanzien van het
gestelde in artikel 12. lid 3. en 5. een opschortende werking van 6
maanden na dat overlijden, of indien binnen die termijn een aanvraag om
een nieuwe vergunning voor het uitoefenen van hetzelfde bedrijf in
dezelfde inrichting is ingediend, totdat de beslissing op die aanvraag
onherroepelijk is geworden.
Paragraaf IV.
Artikel 14.
Opschortende werking bij overlijden
Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen