Naar hoofdinhoud

Paragraaf V

Artikel 16.

Voorschriften

Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen

De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. In de aanwezigheidsvergunning wordt de naam van de exploitant van de inrichting alsmede het adres van de inrichting, waar de speelautomaat staat opgesteld, vermeld. De aanwezigheidsvergunning kan worden verleend voor een periode van maximaal twee jaar, welke samenvalt met het kalenderjaar. Indien een aanwezigheidsvergunning in de loop van een kalanderjaar wordt aangevraagd en verleend, geldt deze voor de rest van dat jaar en het volgende kalenderjaar; Er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen, die in het bezit zijn van de exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 30h, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. De speelautomaten moeten zodanig in de inrichting worden opgesteld dat de ondernemer/leidinggevende/onmiddellijk leidinggevende van de inrichting van achter de bar, tap of toonbank, direct zicht heeft op de speelautomaten. De opstelplaats moet voor een ieder zichtbaar en toegankelijk zijn. Middellijke of onmiddellijke uitbetaling door middel van behendigheidsautomaten mag niet plaatsvinden. Op of aan de speelautomaat dient een waarschuwing te worden opgenomen tegen gokverslaving en overige risoco’s van overmatig gokken. De plaats en de vorm van deze waarschuwing dient te voldoen aan door de burgemeester te stellen eisen. De aanwezigheidsvergunning dient in de inrichting aanwezig te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel