De opsporing van de in artikel 25. strafbaar gestelde feiten is, naast
de in artikel 141. van het Wetboek van Strafvordering genoemde
opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met
de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor
zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld en voor
zover zij krachtens artikel 142. lid 1. van het Wetboek van
Strafvordering opsporingsbevoegdheid hebben gekregen.
Paragraaf VI.
Artikel 19.
Opsporingsambtenaren
Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen