Naar hoofdinhoud

Paragraaf IV.

Artikel 5.

Aanvragen van een vergunning

Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen

Bij een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 4., lid 1. en 2.. dienen in ieder geval te worden overgelegd: een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag wordt ingediend; een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de leidinggevende gerechtigd is over de inrichting te beschikken; de volledig ingevulde formulieren als bedoeld in artikel 2., lid 1. en 2. en onder bijvoeging van de daarin gevraagde bescheiden. Indien naast de leidinggevende nog een andere persoon of personen onmiddellijk leidinggevende is/zijn dan dient via het aanvraagformulier te worden aangetoond dat de onmiddellijk leidinggevende(n) ook daadwerkelijk in dienst is/zijn, waarbij tevens een loonovereenkomst moet worden overgelegd waaruit blijkt dat de leidinggevende(n) ook daadwerkelijk als zodanig in de inrichting werkzaam zal (zullen) zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel