Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen WMO gemeente Vlissingen 2012

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: de PGB-houder in gebreke blijft bij de verantwoording, of het budget niet inzet voor het inkopen van de voorziening waarvoor de beschikking is afgegeven, of van aanvrager bekend is dat deze verslavingsproblemen of schuldproblemen heeft, of van aanvrager bekend en tevens voorzienbaar is dat deze als gevolg van een progressieve ziekte slechts een korte tijd van het gevraagde hulpmiddel gebruik zal kunnen maken. De gemeente zal dan gebruik maken van artikel 6 in de wet, dat stelt dat gemeenten de vorm van financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kan weigeren als daartegen overwegende bezwaren zijn. 3.. Een aantal woonvoorzieningen wordt bij voorkeur in natura en in bruikleen verstrekt, deze zijn: mobiele tilliften, bad-, douche- en toiletvoorzieningen en trapliften. Wanneer de aanvrager echter uitdrukkelijk om een PGB vraagt om zelf een dergelijke voorziening te kunnen aanschaffen, zal een PGB worden toegekend. Het toe te kennen PGB is gelijk aan de aanschafprijs van het voor de aanvrager goedkoopst-adequate hulpmiddel inclusief (6% of 19%) BTW. De medisch/ergonomisch adviseur bepaalt wat het voor de aanvrager goedkoopst-adequate hulpmiddel is. Aan de toekenning van een PGB voor de aanschaf van een mobiele tillift, een bad-, douche- of toiletvoorziening, of een traplift is een minimale gebruiksduur van respectievelijk tien jaar, zeven jaar en vijftien jaar verbonden. Andere woonvoorzieningen zoals opgenomen in de Beleidsregels, kunnen in de vorm van in natura, PGB of financiële tegemoetkoming verstrekt worden. 4.. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming. Het bedrag van deze financiële tegemoetkoming bedraagt € 3.400,- welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar. 5.1. De verantwoording van het ‘klassiek’ persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats: in alle gevallen na afloop van de verstrekking dan wel binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar, conform door B&W ter beschikking te stellen procedure en formulier. De budgethouder dient aan te tonen dat het persoonsgebonden budget daadwerkelijk is besteed aan het doel waarvoor het is verstrekt. In de verantwoording moet tevens het aantal verleende uren hulp bij het huishouden per week vermeld worden. De gemeente beoordeelt de uitgaven per kalenderjaar of na afloop van de verstrekking. De budgethouder hulp bij het huishouden mag tot een bedrag van € 250,00 per kalenderjaar besteden aan kosten die gemaakt moeten worden in relatie tot het persoonsgebonden budget, zoals de kosten van telefoongesprekken met de gemeente, een budgethoudersvereniging of de Sociale Verzekeringsbank, lidmaatschapsgeld van een budgethoudersvereniging of een cadeau voor de hulpverlener. Het betreft hier de ‘bestedingsvrije ruimte’ binnen het persoonsgebonden budget. Het (deels) niet besteden van het persoonsgebonden budget aan het doel waarvoor het is verstrekt, leidt tot terugvordering van het niet bestede (deel van het) persoonsgebonden budget. Op het terug te vorderen bedrag wordt de ‘ bestedingsvrije ruimte’ tot ten hoogste een bedrag van € 250,00 in mindering gebracht. De kosten van WA-verzekering, rechtsbijstandverzekering en het loon van de vervangende hulp bij ziekte van de hulpverlener komen op grond van de tussen de gemeente en de Sociale Verzekeringsbank gesloten aansluitovereenkomst ten laste van de gemeente. Daarnaast kunnen de budgethouders met een beroep op deze aansluitovereenkomst hun administratie kosteloos aan de Sociale Verzekeringsbank uitbesteden. 5.2. De verantwoording van het persoonsgebonden budget voor een alfahulp vindt namens de werkgever van de alfahulp plaats door het door deze werkgever gekozen servicebureau. Dit servicebureau vervult in opdracht van de gemeente onder meer de ‘kassiersfunctie’. Het servicebureau betaalt het loon aan de alfahulp in opdracht en voor rekening van de werkgever van de alfahulp. Het servicebureau maakt voor de werkgever van de alfahulp een jaaroverzicht met de daadwerkelijk door de alfahulp gewerkte uren en de daarvoor voor rekening van de werkgever aan de alfahulp betaalde vergoeding. Het servicebureau zendt dit jaaroverzicht tevens aan de gemeente.De kosten van het loon van de vervangende hulp bij ziekte van de hulpverlener komen ten laste van het persoonsgebonden budget. De loonkosten van de zieke alfahulp komen (na twee wachtdagen) gedurende maximaal zes weken direct ten laste van de gemeente. 6.. Bij bedragen tot € 10.000,- per jaar zal het college de besteding van het PGB steekproefsgewijs controleren, aan de hand van de verantwoording zoals vermeld in artikel 1, vijfde lid. Bij bedragen boven € 10.000,- per jaar zal het College van B&W de besteding van het PGB altijd controleren, aan de hand van de verantwoording zoals vermeld in artikel 1, vijfde lid. 7.. De verantwoording van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid komt bij de aanschaf van een vervoermiddel of een rolstoel te vervallen indien de persoon die in aanmerking komt voor het persoonsgebonden budget, de gemeente machtigt de aanschafprijs rechtstreeks over te maken aan de door de aanvrager gekozen leverancier. De aanvrager overlegt daartoe de factuur aan de gemeente. Na het betalen van de leverancier maakt de gemeente het resterend deel van het persoonsgebonden budget over aan de aanvrager. Wanneer de aanvrager er echter uitdrukkelijk om vraagt om het persoonsgebonden budget in zijn geheel te ontvangen om daarna zelf de leverancier te betalen voor de gekochte voorziening, is de in artikel 1, vijfde lid, beschreven verantwoording van het persoonsgebonden budget van overeenkomstige toepassing. Dit houdt in dat de aanvrager binnen dertig dagen na betaling van de voorziening een kopie van de factuur en het bewijs van betaling aan de gemeente moet zenden. Het niet besteden van het persoonsgebonden budget aan het doel waarvoor het is verstrekt, leidt tot terugvordering van het niet bestede persoonsgebonden budget. Het deels niet besteden van de voor de aanschaf bestemde component binnen het persoonsgebonden budget (het in artikel 5 onder a (en b) bedoelde deel dan wel het in artikel 8 onder a (en b) bedoelde deel van het persoonsgebonden budget), leidt eveneens tot terugvordering van dit niet bestede deel van het persoonsgebonden budget. Wanneer de gekochte voorziening niet voldoet aan het programma van eisen zoals opgesteld door de door de gemeente ingeschakelde extern adviseur, wordt het persoonsgebonden budget eveneens teruggevorderd. Over de besteding van de voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering bestemde component binnen het persoonsgebonden budget (het in artikel 5 onder c bedoelde deel dan wel het in artikel 8 onder c bedoelde deel van het persoonsgebonden budget) wordt geen verantwoording gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel