Naar hoofdinhoud
Onder subsidieplafond wordt verstaan het bedrag dat gedurende een bepaalde termijn ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies ten behoeve van bepaalde activiteiten. Het subsidieplafond wordt vastgesteld door een bestuursorgaan dat de bevoegdheid daartoe aan een wettelijk voorschrift ontleent, in casu is dit in eerste instantie de gemeenteraad. In artikel 4 van de ASVW 2008 is bepaald dat de raad voor een (deel van een) beleidsterrein een subsi-dieplafond kan vaststellen. Het vaststellen van een subsidieplafond is van belang, zowel voor een goede gemeentelijke bedrijfsvoe-ring, als voor rechtszekerheid voor de instelling. Maar ook de wijze van verdeling van de binnen een plafond beschikbaar gestelde budgetten is een aangelegenheid die in een beleidsregel moet worden vastgelegd. Het formele moment waarop de subsidieplafonds worden vastgesteld dient bij de begrotingsbehandeling plaats te vinden. Het subsidieplafond heeft relatie met het vaststellen van een subsidieprogramma, waarbij aan de hand van de tijdig ingekomen aanvragen inzichtelijk wordt gemaakt, welke concrete financiële aanspraken voor het komende kalenderjaar zijn gedaan en gehonoreerd. Indien subsidies worden verstrekt op basis van een subsidieprogramma als bijlage bij de gemeentebegroting, fungeren de in het subsidieprogramma genoemde bedragen als plafond. Voor projectsubsidies is een aparte post op de begroting gecreëerd, waarbij aan het college de bevoegd-heid is gedelegeerd om gedurende een jaar subsidies op basis van deze begrotingspost toe te kennen. Hierbij fungeert de begrotingspost in feite als subsidieplafond. Een subsidieaanvraag dient vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar te worden inge-diend. Op dat moment zal door de instellingen alleen de aantallen kunnen worden opgegeven. Op basis van deze aanvragen kunnen de uitkomsten worden verwerkt in de gemeentebegroting. Indien de aantallen waarop de subsidiegrondslagen zijn gebaseerd in het subsidiejaar sterk stijgen, kan de subsidieverlening worden gewijzigd. Bij deze wijziging wordt de berekening gebaseerd op de aantallen van het desbetreffende subsidiejaar. Onder “sterk stijgen” moet gedacht worden aan een stijging van 25% in de aantallen. Van een aantal instellingen, waaronder jongerensosen, wordt een activiteitenplan verwacht welke nog niet op 1 april voorafgaande aan het subsidiejaar kan worden opgemaakt. Bij deze situaties zal het maximaal beschikbare budget in de gemeentebegroting worden opgenomen. In de praktijk kan het zich voordoen dat het totaal beschikbaar gestelde welzijnsbudget weliswaar niet wordt overschreden, maar dat er wel geringe afwijkingen bestaan tussen de per beleidsonderdeel ge-raamde bedragen en feitelijke uitgaven. Ook kan zich de situatie voordoen, waarbij het totale beroep op subsidie uiteindelijk hoger uitvalt dan het beschikbare welzijnsbudget. In dat geval kan de Raad dan besluiten dit niet te honoreren, met als gevolg dat de verdeelregel dient te worden toegepast. Het kan ook zijn dat de Raad voor bepaalde beleidsonderdelen aanvullende financiering toekent en dat op de andere beleidsonderdelen de verdeelregel dient te worden toegepast. In de beleidsregels zal aangegeven worden welk subsidieplafond van toepassing is, waarbij onderscheid zal worden gemaakt tussen het algemene subsidieplafond en het specifieke subsidieplafond.

Rechtspraak bij dit artikel