Naar hoofdinhoud
Doelstelling: Een projectsubsidie is een bijzondere vorm van subsidieverstrekking, die de gemeente de mogelijkheid geeft flexibel in te spelen op initiatieven vanuit de bevolking en die activiteiten te waarderen die passen binnen de gemeentelijke beleidsprogramma’s. Dit type subsidie kan met in achtneming van de reguliere aanvraagtermijnen worden aangevraagd, maar voor zover het subsidieplafond daarvoor ruimte biedt is ook een aanvraag in de loop van het subsidiejaar mogelijk. Een projectsubsidie kan 3 vormen hebben: 1. incidenteel, gericht op een éénmalige activiteit, faciliteit of investering; 2. een experiment- of startsubsidie, gekoppeld aan een in totaal maximaal 4-jarig traject van inno-vatie; 3. een één- of meerjarige bijdrage ter ondersteuning van een verbreding of verbetering van een be-staand activiteitenaanbod. Categorie-indeling: N.v.t. Subsidievormen: A. Activiteitensubsidie. Deze subsidievorm is van toepassing. B. Faciliterend beleid. Deze subsidievorm is van toepassing. C. Investeringssubsidie. Deze subsidievorm is van toepassing. Specifieke voorschriften: I. De aanvrager of instelling dient aan de volgende eisen of verplichtingen te voldoen: Geen specifieke eisen. II. Subsidiegrondslagen: A. Activiteitensubsidie. Afhankelijk van het project zal het college de hoogte van de toe te kennen bijdrage bepalen (maatwerk). B. Faciliterend beleid. Voor de omschrijving van het begrip faciliterend accommodatiebeleid wordt verwezen naar vastgestelde nota Welzijnsbeleid van 22 september 2005. Daarnaast kunnen organisaties gebruikmaken van faciliteiten in het kader van vrijwilligersbeleid. C. Investeringssubsidie. Afhankelijk van een weging van voorzienbaarheid en noodzaak/wenselijkheid kan het college een bijdrage in investeringskosten toekennen (maatwerk) III. Subsidieplafond. Het in het subsidieprogramma voor het beleidsonderdeel projectsubsidies opgenomen bedrag geldt als subsidieplafond voor de jaarlijkse subsidiëring. IV. Verdeelmaatstaven. De aanvragen die gelijk met de reguliere subsidieaanvraag zijn ingediend worden ongeacht de da-tum van indiening beoordeeld en vindt verdeling plaats binnen het totaal van het beleidsterrein projectsubsidies. Ingeval van overschrijding van het subsidieplafond van het beleidsterrein projectsubsidies vindt evenredige vermindering plaats van het subsidie van alle voor dit budget in aanmerking komende organisaties. In het geval waarbij het budget nog ruimte biedt, zullen aanvragen die lopende het jaar worden ingediend afgehandeld worden aan de hand van datum van binnenkomst (“wie het eerst komt, wie het eerst maalt”). De ontvangstdatum van de eerste aanvraag bij de gemeente, blijkend uit de postregistratiesysteem, is bepalend voor de volgorde waarin de subsidieaanvragen worden beoordeeld. Toelichting: 1. Incidentele/éénmalige subsidies kunnen worden aangevraagd voor of ten behoeve van activiteiten die niet jaarlijks of volgens een vaste cyclus worden georganiseerd. Daarbij kan een incidentele toe-kenning van faciliteiten betrokken worden. (b.v. i.v.m. huur) In dit kader kan het college ook een inci-dentele investeringsbijdrage toekennen voor zover de investering niet geacht wordt onderdeel uit te maken van een “normale en gezonde exploitatie” van aanvrager. Een investeringsbijdrage kan ook toegekend worden als een activiteitenaanbieder voor een succesvol beroep op externe fondsen een gemeentelijke bijdrage moet kunnen aantonen in de investering (koppelsubsidie). Wanneer een in de loop van een subsidiejaar (in de zin van na einde reguliere aanvraagtermijn voor het betreffende begrotingsjaar) gedaan verzoek om investeringssubsidie niet gehonoreerd kan wor-den wegens ontoereikendheid van- of onevenredig zwaar beslag op- het subsidieplafond, wordt aan-vrager in staat gesteld het verzoek te herhalen voor een volgende begrotingscyclus, zodat de aan-vraag kan worden meegewogen bij de opstelling van het volgende subsidieprogramma. Hiervoor gelden dan de indieningtermijn en overige procedureregels van de ASVW. 2. Een traject van projectsubsidies in het kader van innovatie kan maximaal vier jaar beslaan. Hierbij moet gedacht worden aan de experiment- en startsubsidies. De experimentfase beslaat in beginsel één jaar, waarna het experiment wordt geëvalueerd. De experimentfase kan doorlopen tot het mo-ment dat het project in de betreffende commissie is beoordeeld of het moment dat een aansluitende startsubsidie is toegekend. Startsubsidies sluiten in beginsel aan op de begrotingscyclus, dus over het kalenderjaar. De uiteindelijke duur van een volledig traject is daardoor afhankelijk van het moment van aanvraag van het experiment variabel tussen de drie tot maximaal vier jaar. a. Nieuwe initiatieven tot ontwikkeling van activiteiten met het oogmerk die uit te laten groeien tot structurele activiteiten, die volgens het college in het belang van leefbaarheid worden geacht, kunnen worden ondersteund met een experimentsubsidie. b. Na één jaar, of zoveel eerder als daar aanleiding toe is, wordt het experiment geëvalueerd en wordt een oordeel gevormd over de levensvatbaarheid op termijn. Tevens vindt opnieuw beoordeling plaats of de activiteit bijdraagt aan de leefbaarheid en of deze uit zou kunnen groeien tot een basisactiviteit. De evaluatie wordt voorgelegd aan de commissie ABIZ die het college adviseert over de vraag of een startsubsidie beschikbaar kan worden gesteld. c. Een startsubsidie beoogt de activiteitenaanbieder voor de duur van maximaal 3 jaar te onder-steunen bij de verdere uitbouw van de activiteit tot een self-supporting activiteit in het kader van leefbaarheid of tot een middels daartoe te stellen maatstaven gesubsidieerde basisactiviteit. Een startsubsidie kan gekoppeld worden aan een groeimodel met een afnemende behoefte aan subsidie. d. Voor de duur van het experiment en gedurende de periode dat een startsubsidie wordt ontvangen staat ook faciliterend beleid open. 3. In het verlengde van innovatieve activiteiten, waarbij het gaat om ontwikkeling van een nieuw activiteitenaanbod, kan een stimuleringsbijdrage worden toegekend voor een verbreding of verbetering van bestaand activiteitenaanbod. Het college weegt af of en in welke mate bijgedragen wordt in aanvankelijke meerkosten danwel -exploitatierisico wanneer ten gevolge van de verbreding of verbetering een relevante toename van de leefbaarheid verwacht wordt.

Rechtspraak bij dit artikel