Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Bepalen omvang voorziening

Onderdeel van Richtlijnen voorzieningen dubieuze debiteuren Leeuwarden 2016

1. Periodiek wordt de noodzakelijke omvang van de voorziening voor dubieuze debiteuren bepaald. Dit gebeurt in ieder geval bij het opstellen van de jaarrekening. 2. De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als oninbaar te beschouwen. Hierbij wordt bij de openstaande posten van: a. openbare lichamen van 0,00% uitgegaan; b. niet-openbare lichamen van de onderstaande percentages uitgegaan: Ouderdom Geschat percentage oninbaar > 5 jaar 100,00% 4-5 jaar 75,00% 3-4 jaar 50,00% 2-3 jaar 25,00% 1-2 jaar 10,00% 6-12 maanden 4,00% < 6 maanden 2,00% Bij het berekenen van het oninbare bedrag wordt naar het totaal van de openstaande posten met een bepaalde ouderdom gekeken. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 onder b worden openstaande posten ouder dan 6 maanden individueel beoordeeld als zij groter zijn dan € 50.000. Afhankelijk van de beoordeling van de betreffende post kan zowel een hoger als lager percentage dan in de onder lid 2 vermelde tabel voorgeschreven percentages als oninbaar gehanteerd worden. 4. Voor de openstaande posten van de gemeentelijke belastingen wordt behalve een bedrag voor oninbaar ook een bedrag ingeschat voor het verlies aan opbrengsten als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures. Het noodzakelijke bedrag in de voorziening voor deze risicocomponent wordt bepaald door te kijken naar het aantal lopende procedures en een gemiddeld bedrag aan opbrengstverlies. 5. Het in dit artikel bepaalde is behalve lid 1 niet van toepassing op de onder artikel 1 genoemde specifieke voorziening voor de debiteuren van de sociale zekerheidsregelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel